Cookies

Wij maken gebruik van verschillende cookies. Cookies zorgen bijvoorbeeld dat je cookie keuze onthouden wordt en je deze pop-up niet iedere keer opnieuw krijgt. Zonder functionele cookies werkt onze website niet goed, deze zijn niet optioneel. Statistiek cookies helpen ons om te begrijpen hoe bezoekers onze website gebruiken. Marketing cookies helpen ons met het uitvoeren van onze marketing speciaal gericht op jou. Wil je een optimale website ervaring? Vink dan alle soorten cookies aan!

In onze cookie policy staat uitgebreide informatie over alle cookies, hier kan je ook altijd je cookie voorkeuren nog aanpassen.

Meer info

Bit types


 

3 August 2018 / Garbrielle van Zuilen

EEN MOND VOL: VERSCHILLENDE BITTEN

 

Waar begin je als er zoveel verschillende bitten zijn? Vaak is er te weinig aandacht voor het bit en dat terwijl het een belangrijk onderdeel van het harnachement is. Een bit dat niet bij je paard past of niet lekker zit, kan zorgen voor problemen in het lichaamsgebruik van je paard. Het kan lastig zijn om erachter te komen welk bit voor jullie ideaal is, het gezegde ‘zoveel mensen, zoveel wensen’ geldt in dit geval ook voor paarden. Het is verstandig om iemand met kennis op het gebied van bitten mee te laten kijken als je opzoek gaat naar een nieuw bit, dit kan je keuze een stuk vergemakkelijken.

In deze blog gaan we in op de verschillende mondstukken en bitringen, wil je ook meer weten over de bit lijnen van BR en de materialen? Lees dan onze vorige blog: ‘voor de echte fijnproevers: Ieder bit zijn eigen smaak’.

Steeds minder ruimte

Het kiezen van een bit begint bij de lengte en de dikte. Welke lengte je nodig hebt is het makkelijkst te meten door bitten in verschillende maten te passen. Te smal geeft irritatie bij de mondhoeken, te breed zorgt dat het bit teveel beweegt. Het bit heeft een ideale lengte als je een smalle vinger tussen de mond en de bitring kan leggen. De benodigde dikte is wat lastiger te bepalen.

Over de dikte van het bit bestaat een hardnekkig gezegde: hoe dikker een bit, hoe vriendelijker de inwerking. In theorie klopt dit: meer oppervlakte resulteert in meer drukverdeling en dus een subtielere inwerking. Deze theorie gaat in de praktijk niet op omdat paarden steeds eleganter worden gefokt en hierdoor vaak geen ruimte meer in de mond hebben om een dik bit kwijt te kunnen. Een dik bit is dan zeker niet vriendelijker, want het past niet. De anatomie van de mond bepaald welke dikte je kunt nemen: het bit moet comfortabel zitten en de mond moet goed dicht kunnen.

Het mondstuk

Het mondstuk, oftewel het deel van het bit dat in de mond van het paard zit, is mede bepalend voor de inwerking van een bit. Er zijn grofweg maar drie veel voorkomende mondstukken, maar door de combinatie met bitringen ontstaan veel typen bitten.

Wil je naast de onderstaande uitleg ook zelf voelen hoe een mondstuk inwerkt? Houdt dan eens de bitringen vast en laat iemand anders hulpen geven via de teugels!

 

Ongebroken mondstuk

Dit mondstuk wordt ook wel eens een stang genoemd en wordt daardoor soms verward met de dressuurstang. Een ongebroken mondstuk is niet alleen beschikbaar in combinatie met scharen, maar ook zonder waardoor er geen hefboomwerking is. Het mondstuk zelf heeft een zachte inwerking en werkt vooral in op de tong en bijna niet op de lagen, tenzij het bit een tongboog heeft. Een tongboog zorgt dat het mondstuk ook op de lagen inwerkt en daardoor een scherpere inwerking krijgt. Het ongebroken mondstuk maakt het onmogelijk eenzijdige teugelhulpen te geven en het mondstuk is daardoor niet geschikt voor ruiters die nog niet voornamelijk op been- en zithulpen rijden.

 

Enkel gebroken mondstuk

Het mondstuk van een enkel gebroken trens scharniert op één punt. Het werkt in op de tong, lagen, mondhoeken en soms op het verhemelte van het paard. Als een teugelhulp wordt gegeven, dan krijgt het bit een V-vorm. Omdat dit mondstuk maar één scharnierpunt heeft, ligt de tong vrijer dan bij bijvoorbeeld een dubbel gebroken bit.

 

Dubbel gebroken mondstuk

Bij een dubbel gebroken bit bestaat het mondstuk uit drie delen waarvan het middelste gedeelte plat op de tong ligt. Hierdoor ontstaat er meer druk op de tong dan bij een enkel gebroken mondstuk. Hoe dikker het middenstuk, des te meer druk op de tong. Er zijn variaties waarbij het middelste stukje voorzien is van bijvoorbeeld ringetjes om het kauwen extra te stimuleren.

 

De bitringen

Naast het mondstuk zijn de bitringen ook van invloed op de werking van het bit, ze bepalen grotendeels hoe scherp een bit inwerkt. Zo wordt een ongebroken mondstuk gezien als vriendelijk. Als daar scharen en een tongboog bij komen en we over een dressuurstang spreken, dan is het juist een scherp bit dat beter alleen gebruikt kan worden door ervaren ruiters. Om een beeld te geven van de beschikbare bitringen en de inwerking ervan, zullen we de meest voorkomende hieronder bespreken.

 

Watertrens

Een watertrens is een bit met losse bitringen, de ringen kunnen vrij bewegen en het ligt daardoor relatief los in de mond. Een paard kan hierdoor moeilijker met de tong tegen het bit aan duwen en is dus geschikt voor paarden die met een bit met vaste ringen te veel op de ruiterhand gaan leunen. Om de mondhoeken van het paard te beschermen, wordt de watertrens soms in combinatie met bitschijven gebruikt.

 

Bustrens

Bij een bustrens kunnen de ringen niet vrij draaien, daardoor werken hulpen van de ruiter directer in. Het bit ligt stiller en stabieler en is geschikt voor paarden die onrustig zijn in de mond. Er zijn paarden die door de stillere ligging te veel gaan leunen op de ruiterhand, in dit geval kan een watertrens uitkomst bieden.

 

D-trens

Zoals de naam al doet vermoeden, hebben de ringen van dit bit een D-vorm. De ringen kunnen niet vrij bewegen. Bij teugelhulpen ontstaat er druk op de wangen van het paard, dit kan vooral bij jonge paarden een duidelijke vorm van communiceren zijn. Door de vorm kan de ruiter dit bit niet door de mond trekken. Dit type bit werkt iets scherper in dan de water- en bustrens.

 

Kneveltrens

De kneveltrens heeft twee staafjes vóór de bitringen, ook wel knevels genoemd. De knevels zorgen voor druk op de wangen waardoor nadruk ontstaat op stuur hulpen en zorgen dat het bit niet door de mond getrokken kan worden. Deze eigenschappen maken dit bit een goede keuze voor jonge paarden. Een kneveltrens kan met knevelriemen gereden worden, hierdoor blijft het bit op de juiste plaats en ontstaat een lichte hefboomwerking. Dit type bit ligt rustig en stabiel in de mond en werkt wat scherper in dan de bovengenoemde bitringen.

 

Bevaltrens

De Bevaltrens heeft twee extra ‘halve maantjes’ aan de binnenkant van de ringen. Aan de bovenste halve maan wordt het bakstuk vast gemaakt, aan de onderste de teugels. Dit type bit werkt door de milde hefboomwerking scherper in dan de water- en bustrens, maar minder scherp dan bitten met scharen.

 

Bauchertrens

Een Bauchertrens heeft omhooggaande scharen met een ring voor bevestiging aan de bakstukken. De omhooggaande scharen doen denken aan het bovenste deel van een Pelham bit. In tegenstelling tot wat men vaak denkt, heeft dit bit geen hefboomwerking. De Bauchertrens zorgt er zelfs voor dat bij contact de druk achter de oren vermindert. Het heeft daarmee een unieke werking en werkt achter de oren zachter in dan iedere andere trens. Het bit is goed geschikt voor gevoelige paarden.

 

Pessoa

Een Pessoa bit is een watertrens voorzien van een extra ring aan de boven- en onderkant en wordt ook wel 3-ring trens genoemd. Sommige Pessoa bitten hebben aan de onderkant nog een extra ring. De bakstukken worden bevestigd aan de bovenste ring, de teugels aan de middelste of onderliggende ringen. Het bit kan met één of twee teugels gebruikt worden, of met een Pelhamriem aan de middelste en onderste ring. Hoe lager de teugel bevestigd wordt, hoe groter het hefboomeffect.

 

Pelham & Baby pelham

De Pelham is een bit met lange of korte scharen, een Pelham met korte scharen wordt ook wel Baby Pelham genoemd. Hoe langer de scharen, hoe groter de hefboomwerking. De teugels kunnen op verschillende manieren vastgemaakt worden: een enkele teugel aan de middelste of onderste ring, een dubbele teugel of een enkele teugel in combinatie met een Pelhamriem. Een Pelham wordt met een kinketting gebruikt. Deze bitten hebben een scherpe inwerking en worden vaak gebruikt voor sterke paarden of in situaties die vragen om meer controle zoals tijdens het springen of de cross.

 
 

 

Overige bitten

Naast alle bovengenoemde variaties, zijn er ook nog bitten die niet opgedeeld kunnen worden in óf mondstukken óf bitringen. Enkele voorbeelden hiervan zijn:

  • De onderlegtrens. Vaak in combinatie met een dressuurstang en is enkel- of dubbel gebroken met water- of bustrens ringen. Heeft kleine ringen, dus meer ruimte voor de dressuurstang. Het is raadzaam een onderlegtrens circa 0,5 – 1 cm groter dan de stang te nemen.
  • De dressuurstang. Vaak in combinatie met een onderlegtrens in de hogere dressuurklassen of bijvoorbeeld in de academische dressuur in combinatie met een kaptoom.
  • De Kimblewick. Bit met een kinketting en lichte hefboomwerking. Populair bij menners en springruiters.
  • De Liverpoolstang. Veel gebruikt in de aangespannen sport. Is op veel manieren af te stellen, hoe lager de leidsels hoe sterker de hefboomwerking.

De uiteindelijke keuze

Ondanks dat er geen pasklare oplossing is voor ieder paard, kun je met de informatie uit deze en de vorige blog een betere inschatting maken welk bit voor jou en jouw paard geschikt kan zijn.

Ben je een wedstrijdruiter of wil je graag wedstrijden gaan rijden? Lees dan de reglementen van de KNHS na om zeker te weten of het bit dat jouw voorkeur heeft ook op wedstrijden toegestaan is.